Debatteren
Op maandag 30 november jl. brachten wij een werkbezoek aan Buurtbemiddeling Eindhoven. Wij wilden graag weten hoe het deze vrijwilligers sinds het ontstaan van dit initiatief zo’n vijf jaar geleden is vergaan. Wij werden hartelijk ontvangen door Erik Bosman(coördinator), Elisabeth Noot, Rob Weijs, Esther Goethart en Renee van Dam (vrijwilligers).
Buurtbemiddeling is ontstaan als mogelijkheid om conflicten tussen buren op te lossen. Denk aan geschillen over geluidshinder, erfafscheidingen, het opruimen van zwerfvuil en politie-overlast. De bemiddeling vindt plaats door goed opgeleide vrijwilligers. Na melding door een bewoner van een geschil die hij of zij heeft met een buurtgenoot komen 2 buurtbemiddelaars met de betrokkene persoonlijk praten. Ze proberen vervolgens de betrokken partijen bij elkaar aan één tafel te krijgen voor een goed gesprek. In 65 procent van de gevallen lukt het om partijen met elkaar aan tafel in gesprek te laten komen. In 1 procent van die gevallen mislukt dit gesprek. De overige 35 procent weigert een gesprek. De buurtbemiddelaars bespeuren een gestage jaarlijkse toename van ongeveer 10 procent en behandelden dit jaar bijna 250 kwesties. Ze schatten dat ongeveer 25 procent van de bemiddelingen een culturele achtergrond heeft.
Convenant
De Gemeente heeft veel belang bij een goed functionerende organisatie van buurtbemiddelaars. Als burgers in staat zijn zelf hun conflicten op te lossen, bespaart dat bijvoorbeeld op capaciteit van politie en maatschappelijk werk. Bovendien stimuleert het zelf onderling kunnen oplossen van conflicten het gevoel in een buurt van veiligheid en welbevinden. Om deze redenen bestaat er ook al enkele jaren een convenant tussen gemeente, politie en enkele woningbouwverenigingen met afspraken over onder andere verwijzing naar Buurtbemiddeling. De gemeente draagt hierin tevens bij in de vorm van een jaarlijkse subsidie uit incidentele middelen van ongeveer € 200.000,-.Ook is Buurtbemiddeling als middel opgenomen is in het Beleidskader Integrale Veiligheid 2010-2013 van de gemeente Eindhoven.
Tijdens ons bezoek kwam naar voren dat Buurtbemiddeling de sterke behoefte heeft aan deelname van allochtone buurtbemiddelaars. Verder valt het haar op dat zij in sommige wijken nauwelijks worden gevraagd, zoals de Bennekel. Het lijkt erop dat de vraag naar Buurtbemiddeling sterk afhankelijk is van aanmoediging door bijvoorbeeld de gemeentelijke ambtenaren, woningbouwverenigingen, wijkagenten en maatschappelijk werkers en dat de bekendheid onder deze potentiële verwijzers groter mag zijn dan nu het geval is.
Burgerparticipatie
Als raadsleden realiseren wij ons dat Buurtbemiddeling in Eindhoven een belangrijke rol kan vervullen binnen het project burgerparticipatie. Veel inwoners ontbreekt het aan voldoende vaardigheden en instrumenten om conflicten op een goede manier te hanteren of op te lossen. De Gemeente zou dit initiatief nog veel intensiever kunnen betrekken en inzetten bij haar doel om tot meer burgerparticipatie te komen, maar ook bij conflicten tussen inwoners en gemeente.
Met de buurtbemiddelaars spraken wij af dat wij het convenant met de gemeente nog eens goed onder de loep willen laten nemen. Verder hebben wij toegezegd hen in contact te brengen met het overleg allochtonen-autochtonen (OvAA) met als doel onder de aandacht van allochtonen te komen als mogelijkheid tot conflicthantering en ook onder die groep bemiddelaars te kunnen werven. Tot slot willen wij proberen bij de volgende bespreking van de gemeentelijke begroting structureel subsidie aan dit initiatief toe te kennen, zomogelijk met een opgefrist convenant.
Marco SwartErtan Isik

Het is alweer zes jaren geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord. Velen zeggen dat de kogel van links kwam. Daar zit in mijn ogen wel een kern van waarheid in.
Op Youtube is een aflevering uit 1997 terug te vinden van het programma het Lagerhuis waarin de linkse Marcel van Dam met Pim Fortuyn debatteert. Klik hier voor de video. De discussie ontaardt volledig nadat Marcel van Dam Pim Fortuyn niet aanvalt op zijn ideeen, maar alleen nog op zijn persoon. De laatste woorden in het debat zijn van Marcel van Dam die tegen Pim Fortuyn zegt: “U bent een buitengewoon minderwaardig soort mens”.
Toen de ster van Pim Fortuyn in 2000 oprees, vond ik zijn kritiek op het Paarse kabinet zeer verwarrend. Was het niet het Paarse kabinet dat voor beduidend meer werkgelegenheid en economische welvaart heeft gezorgd? Nu kun je je afvragen of economische voorspoed vooral aan regeringsbeleid te danken is. Inmiddels denk ik dat bijsturing van regeringsbeleid ten behoeve van de economie slechts een technische aangelegenheid is. Interessant wordt het pas als je als regering in staat bent maatschappelijke vraagstukken op te lossen die verder gaan dan economische problemen. De makke van het Paarse kabinet is geweest dat ze de menselijke maat uit het oog verloor en maatschappelijke discussies uit de weg is gegaan. Het zijn niet haar eigen ideeen die het Paarse kabinet de das om hebben gedaan, maar haar lakse houding tegenover wat er in de samenleving leeft.
Nu was Pim Fortuyn ook geen lieverdje. Hij provoceerde dat het een lieve lust was. Daarin schepte hij voor zichzelf een groot genoegen. Dat was een groot genot om naar te kijken en te luisteren. Achteraf geloof ik dat die provocerende houding zijn enige mogelijkheid was om in de politiek veranderingen te bewerkstelligen. Om de heersende politieke elite ervan te doordringen dat er echt iets mis was. Het lijkt er echter sterk op dat dit maar ten dele tot politieke machthebbers door is gedrongen. Velen hebben de provocerende houding van Pim Fortuyn afgedaan als misplaatste volksophitserij.
Inmiddels ben ik hier anders tegen aan gaan kijken. Ik ben mij gaan afvragen waarom debatten zoals Fortuyn die opwierp in Nederland zo zeldzaam worden gevoerd. Opvallend is dat in zulke felle debatten emoties hoog oplopen. Het is spijtig dat dan al heel snel in rethoriek wordt vervallen waarin het niet meer om de argumenten draait, maar op onderbuikgevoelens wordt gespeeld en karaktermoorden worden gepleegd. Degenen die discussies in zulke drogredenen laten ontaarden, hebben kennelijk de terechte angst dat hun inhoudelijke argumenten niet overtuigend genoeg zijn. Als je je daartoe verlaagt, heb je het debat verloren. Het is niet goed dat we felle debatten uit de weg gaan. Emoties worden daardoor onderdrukt. Onderbuikgevoelens blijven onuitgesproken. We hebben geleerd waartoe dat kan leiden.
Onze huidige samenleving wordt geleid door degenen die consensus hoog in hun vaandel hebben staan. Het samen kunnen bereiken van consensus is goed. Maar de weg ernaar toe mag gepaard gaan met stevige discussies. Het is een van de beste manieren om het te bespreken vraagstuk van alle kanten te beschouwen alvorens belangwekkende ingrijpende politieke keuze moeten worden gemaakt. Als zulke stevige discussies om wat voor reden niet worden gevoerd, krijgen politieke machtsspelletjes een kans. Dat moeten we niet willen. Helaas was de moord op Pim Fortuyn nodig om dit alles tot ons door te laten dringen. Nu moeten we de waarde ervan zien vast te houden.

Naar mijn indruk ontstaat verjuridisering in de eerste plaats doordat veel mensen niet in staat zijn hun conflicten zelf op een waardige wijze op te lossen. Dat kan te maken hebben met een gebrek aan vaardigheden, maar ook met wantrouwen. Ik zie veel mensen in dreigende conflicten die de andere partij wantrouwen, angst hebben dat de andere partij machtiger is en ze alleen daarom al niet serieus genomen dreigen te worden. Dat is met name het geval tegenover machtige instituties, zoals overheden en verzekeraars (die naar mijn ervaring inderdaad vaak hun macht misbruiken, overigens niet altijd bewust).
Daarnaast zie je dat het bij het uitvechten van conflicten het vaak in de eerste plaats uiteindelijk over eigen belangen lijkt te gaan, of is bij de discussierende patners wantrouwen dat het vooral over eigen belangen (van de ander) lijkt te gaan (al dan niet vermeende verborgen agenda’s), terwijl velen dan een gemeenschappelijk of zelfs maatschappelijk belang snel uit het oog dreigen te verliezen. Een maatschappij waarin het ieder voor zich is, moedigt met andere woorden welhaast als vanzelfsprekend en wellicht als onbedoeld neveneffect verjuridisering aan.
Verjuridisering is dus in de eerste plaats een symptoom dat iets zegt over de koers van onze maatschappij. Als je verjuridisering als een probleem ziet, zullen we de oplossing moeten proberen te zoeken in de wijze waarop nu onze maatschappij is ingericht, de manier waarop we bij conflicten met elkaar omgaan.
Debatteren om te winnen?
Mijns inziens begint dat met te kijken naar de wijze waarop we met elkaar discussieren. Veel discussies (debatten), vooral politieke, lijken uiteindelijk te draaien om de vraag wie gelijk heeft of wie wint. Discussieren is dan een spel of een wedstrijd geworden, die past bij een competitieve maatschappij. Terwijl in mijn ogen veel van die discussies zouden moeten gaan om de vraag met welke oplossingen de disucussierende partijen elkaar in dat debat zouden moeten kunnen vinden. TV-programma’s als het Lager Huisdebat (van ex-PvdA-er Marcel van Dam) zijn daarom in mijn ogen een gruwel, omdat dergelijke debatten volstrekt het verkeerde voorbeeld geven over hoe het ook kan. Mediation is in de kern oude wijn in nieuwe zakken, omdat het een techniek van conflictbeheersing is, die vroeger veel vanzelfsprekender werd toepast.
Overigens ben ik van mening dat juristerij op zichzelf niet per definitie altijd verkeerd hoeft te zijn bij geschiloplossing. Wetten en regels maken we om uit een conflict te kunnen komen als ruziende partijen dat zelf niet meer kunnen. Dan fungeren wetten en regels als objectieve maatstaf, die door professionals als objectief instrument bij geschiloplossing moet worden gehanteerd. Deze route heeft echter nooit de voorkeur en veel juristen zijn zich daarvan bewust.
Oproep tot betere rechtshulp
Mijn oproep tot – betere – rechtshulp aan lage inkomensgroepen is beslist niet bedoeld als aanmoediging tot verdere verjuridisering van onze maatschappij. De achtergrond is mijn indruk dat vooral lage inkomensgroepen de vaardigheden lijken te missen en met het wantrouwen zijn begiftigd (niet altijd onterecht) dat ze in een ongelijke strijd zijn beland, vooral ten opzichte van overheden, verzekeraars en multinationals met hun onuitputbare budgetten voor procedres. Met alle bijkomende frustraties.
Kwalitatieve rechtshulp bestaat niet door een probleem te verjuridiseren, maar in adequate begeleiding bij het vinden van praktische oplossingen door met de andere partij op basis van argumenten het debat te zoeken. In de meeste gevallen is dan geen rechtsstrijd meer nodig. Onder kwaliteit is onder andere geformuleerd dat altijd eerst moet worden getracht buiten te rechtszaal om tot een oplossing te komen. Vooral het vinden van een snelle, praktische oplossing wordt als kwaliteit gezien. Helaas zien nog niet alle rechtshulpverleners dat zo.
Mr. Marco Swart
Reactie juridisering – 25-08-2006 – door: Guido Bamberg
Beste mensen,
Als kersvers lid direct maar even mijn eerste post.
Ik ben het met Marco Swart eens en voeg iets aan zijn betoog toe.
Inderdaad zijn veel mensen niet meer bij machte een conflict op anders dan juridische wijze op te lossen. Als de buurman herrie maakt spreek je hem niet aan, maar dan bel je een Gemeenteraadslid of de politie om het aan te pakken.
Daarnaast is -onder Amerikaanse invloed- sprake van een maatschappelijke trend die nauwelijks te keren lijkt en zelfs aangewakkerd wordt door bepaalde types rechtshulpverlener.
Het aanvaarden van “domme pech” lijkt ons steeds moeilijker te vallen. Als er iets mis gaat dan MOET er wel iemand anders verantwoordelijk en dus aansprakelijk zijn. Als door een storm een dakpan van een woning waait en op je hoofd belandt is dus de eerste vraag wie er voor de schade moet opdraaien. Dat kan de eigenaar van de woning zjin, de aannemer, de leverancier van gebrekkige dakpannen of desnoods het KNMI -die het niet voorspelde- of ultiem de Overheid. Sommige advocaten spinnen daar garen bij, vide de bliksemsnelle reactie na het ongeval met de werftrap in Utrecht. Binnen 24 uur wist een letselschade-advocaat in Nova te melden dat de Gemeente aansprakelijk zou zijn, of ze nu eigenaar van de trap was of niet.
Hoe we die trend moeten keren is mij niet duidelijk. Wetgeving kan misschien helpen?
Groet,
Guido Bamberg
Beste Marco,
Met genoegen heb ik kennis genomen van de opvatting die jij hebt over de te vaak overwegend juridische benadering van problemen. Ik ben het geheel met jou eens dat wij een meer praktische inslag moeten kiezen waarbij wat mij betreft vooral invoelings- en inlevingsvermogen de sleutelbegrippen zouden moeten zijn. Vanuit die invalshoek krijgt het juridisch instrumentarium een extra dimensie die heel vaak beter beantwoordt aan het rechtsbewustzijn van betrokkenen.
Ik heb in de bestuurspraktijk ( gem. Den Haag en Haarlemmermeer ) vooral bij grote projecten ( deconcentratie van 80 woonwagengezinnen over 14 kleine centra) succesvol kunnen werken, omdat ik mij voortdurend heb ingeleefd in de situatie/problemen van de betrokken woonwagengezinnen.
Als je dat oprecht doet merkt deze groep ook dat je met hen meedenkt om tot oplossingen te komen. Dan ontstaat er ook van hun zijde inleving en invoeling voor jou situatie als gemeentefunctionaris. Openheid is hierbij essentieel.
Veel mensen gebruiken het juridische inderdaad als het begin, terwijl dat juist het einde is als je er op een pragmatische manier niet uitkomt. Dit laatste dan altijd ook door stil te staan bij de bedoeling van een regeling ( dus niet alleen de letter van de wet of regel, maar ook de geest hiervan).
Marco, je opvatting is mij (als oud partijbestuurslid) uit het hart gegerepen en ik hoop van harte dat wij als PvdA erin zullen slagen dit over te brengen naar de bestuurspraktijk.
Eigenlijk zou je heel simpel kunnen zeggen: “Streven naar conflictoplossing d.m.v. inlevings- en invoelingsvermogen is de sleutel naar een harmonische en tolerante samenleving”.
Succes verder en hartelijke partijgroet van
Mr Owen Venloo
Oud partijbestuurslid PvdA.
Tel 06-55 95 67 68
—————–
Hoi Marco,
Wat mij betreft akkoord.
Succes verder en groet,
Owen
—– Original Message —–
From: Mr. M.C.J. Swart
To: Owen Venloo
Sent: Saturday, August 26, 2006 1:04 PM
Subject: RE: PvdA Webgroep Juristennetwerk in de PvdA / Discussie
Beste Owen,
Voel je er wat voor je reactie met de anderen te delen?
Vr.gr.
Marco
reactie juridisering – 25-08-2006 – door: Jeroen Quakkelaar
Marco, ik ben het niet met je eens, althans ik kan je betoog niet helemaal volgen.
1. Verjuridisering van de maatschappij is in mijn visie een toenemende regelgeving vanuit de overheid. Ik schaar onder het begrip niet dat geschillen langs juridische weg worden opgelost. Meer regels betekent dat steeds meer geschillen langs juridische weg dienen te worden opgelost.
2. Jouw stelling dat het te maken heeft met gebrek aan vaardigheden of wantrouwen kan ik helemaal niet plaatsen. In de praktijk gaat het om bescherming van belangen en het te gelde maken van individuele rechten van burgers (onderling).
3. Het is een illusie te denken dat grote partijen (overheden, verzekeraars) niet bewust omgaan de macht en de positie in de maatschappij. Hoe kom je daarbij? Jouw visie staat buiten de maatschappelijke werkelijkheid. Als er een partij is die zich bewust is van de macht is het de overheid wel en zeker ook verzekeraars.
4. Het uitvechten van conflicten gaat uiteraard altijd over eigen belangen. Waar zou het anders over moeten gaan? Het systeem van wet kent, behoudens enkele schaarse uitzonderingen, geen collectiviteit als belanghebbende bij een conflict. In het bestuursrecht ligt dat onder omstandigheden anders. In het civiele recht kennen we een collectieve actie en in het schadevergoedingsrecht de wet afwikkeling massaschade waarbij de belangen van een groep een rol speelt.
5. Als konijn uit de hoge hoed tover je opeens “rechtshulp” tevoorschijn. Wat heeft dat met verjuridisering van de maatschappij te maken. Rechtshulp betekent toegang tot de rechter. Ook voor de lagere inkomensgroepen. In een debat argumenten zoeken om zo de gang naar de rechter te vermijden is altijd het voortraject van een procedure bij de rechter. Ga jij maar eens aan een burger met een geschil met een overheid of verzekeraar uitleggen dat “we de oplossing in het debat moeten zoeken”. Ik ben bang dat je wordt uitgelachen. De gang naar de rechter betekent: knopen doorhakken. Rechtszekerheid.
6. Tot slot vind ik je betoog, afgezien van de opbouw, niet overtuigend. Ik had het beter weten te waarderen als je stelling had genomen op het punt van mogelijkheden om een geschil aan de rechter voor te leggen. Het zogenaamde acces to justice leerstuk.
Met vriendelijke groet,
Jeroen Quakkelaar
Plaats reactie
verjuridisering en conflicten – 26-08-2006 – door: Marco Swart
Beste Jeroen,
Allereerst bedankt voor je reactie. Ook goed om eens een tegengeluid te vernemen. Wel vind ik het jammer dat je je reactie hebt beperkt tot het vooral nogal stellig uitspreken van twijfels omtrent de juistheid van mijn these. Ook leid ik uit je reactie af dat de kern van mijn betoog je kennelijk is ontgaan. Ik zal de kans aangrijpen die te verhelderen.
De eerste vraag die ik aan de orde heb willen stellen, is of we de verjuridisering van onze maatschappij als een probleem moeten ervaren. Hierop geef je helaas geen duidelijk antwoord. In mijn optiek is verjuridisering in onze maatschappij een probleem aan het worden, al is het alleen al vanwege het toenemende beroep op rechters en andere instanties, zoals geschillencommissies, die steeds vaker erbij worden gehaald om conflicten op te lossen. Maar ook omdat, naar mijn ervaring, het alleen maar teruggrijpen naar regels om een conflict op te lossen voor rechtszoekenden en hun toeschouwers niet zelden tot onbevredigende uitkomsten leidt. Ik zie weer minster Verdonk voor me die zich bij het debat over het verlies van het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali beriep op “regels zijn regels en daar heb ik me aan te houden”, hetgeen natuurlijk op zichzelf tot op zekere hoogte juist was, maar eveneens een wel heel beperkte opvatting weergeeft over wat zij als overheidstaak ziet.
Indien we het met elkaar over eens kunnen zijn dat verjuridisering van onze maatschappij een maatschappelijk probleem is, is het van belang te analyseren wat de oorzaak van het probleem is om daarna oplossingen te kunnen zoeken. Jij stelt dat verjuridisering wordt veroorzaakt door toenemende regelgeving vanuit de overheid, maar laat het vervolgens helaas zonder verdere onderbouwing bij die blote stellingname. Een gemiste kans. Overigens wil ik er geen misverstand over laten bestaan het volkomen met je eens te zijn dat een wettenbrakende overheid (tot aan het sympathiek ogende, maar tegelijkertijd hypocriete wetsvoorstel toe over het beperken van het gewicht van schoolboeken voor beginnende middelbare scholieren) inderdaad voor een belangrijk deel aan het probleem van verjuridisering bijdraagt.
In mijn optiek ga je evenwel te kort door de bocht als je stelt dat verjuridisering uitsluitend wordt veroorzaakt door een fanatiek regelgevende overheid. Het is ook te kort door de bocht als zou worden gesteld dat juristen daaraan belangrijke schuldigen zijn. Ik stel vast dat het een verschijnsel is dat iets zegt over de koers van onze maatschappij, zo je wilt onze cultuur, namelijk dat we (burgers, overheden en bedrijven) bij het uitvechten van onze conflicten in toenemende mate toevlucht zoeken tot het rechtsbedrijf (advocaten, rechtsbijstandverzekeraars, rechters, geschillencommissies). Kennelijk kunnen we onze conflicten steeds minder goed zelfstandig oplossen.
Helaas beperk je je betoog verder tot het betwisten van de juistheid van mijn indrukken omtrent oorzaken, doch onterecht. Mijn indrukken zijn gebaseerd op mijn ervaringen uit de praktijk. Ik ben praktiserend advocaat, die zich inmiddels jarenlang bezighoudt of bezig heeft gehouden met uiteenlopende problemen en rechtszoekenden, zoals echtscheidingen, strafzaken, arbeidsconflicten, vreemdelingenrecht, verzekeringsrecht, letselschades en wanprestaties, zowel voor arme particulieren als voor rijke bedrijven. Daarbij zie ik enorme verschillen in de wijzen waarop met conflicten wordt omgegaan, zowel door rechtsbijstandverleners als de rechtszoekenden zelf. Ook zie ik dat de manier waarop conflicterende partijen met elkaar omgaan meestal voor het grootste deel de uitkomst van het conflict bepaalt. Het verloop van een echtscheidingsprocedure kan bijvoorbeeld enorm afhangen van de opstelling en strategie van de advocaat van één van de partijen. Niet voor niets heeft juist bij echtscheidingen mediation een hoge vlucht genomen, met succes overigens. En in conflicten tussen burgers enerzijds en overheden en verzekeraars anderzijds signaleer ik inderdaad daadwerkelijk ernstige misstanden, waaraan een afzonderlijke dicussie is te wijden. Maar ik geef toe, het zijn slechts de indrukken van iemand uit de praktijk. Ik sta open voor een meer empirische benadering.
Eerlijk gezegd schrik ik nogal van je opmerking dat het uitvechten van conflicten “uiteraard altijd” over eigen belangen moet gaan. Daarmee raak je in mijn optiek een belangrijke kern van het probleem. In dit opzicht ben ik het namelijk volstrekt met je oneens. Niet voor niets heb ik me aangesloten bij het idee van de sociaal-democratie, waarbij gestreden wordt voor meer onderlinge solidariteit, in plaats van een maatschappij, waarin het mede dankzij het huidige kabinet inmiddels steeds meer gaat om survival of the fittest. Meer onderlinge solidariteit bereik je niet zolang wordt gestimuleerd dat partijen zich bij conflicten alleen maar concentreren op hun eigen belangen. Ik ben er stellig van overtuigd dat we minder rechters nodig zullen hebben als partijen in een conflict zich meer zouden proberen in te leven in de belangen van de andere partij. Als we het daarover eens zijn, kunnen we proberen na te denken over hoe we dat zouden kunnen bereiken.
In je betoog eindig je met de opmerking mijn betoog niet overtuigend te vinden. Ik heb echter geen betoog willen schrijven om gelijk te krijgen, maar een these om zoekend naar antwoorden een discussie te ontlokken. In je reactie hierop laat je jezelf kennen als een onvervalste jurist voorzover je je voornamelijk slechts beperkt tot het wel heel gemakkelijk en vormelijk betwisten van juistheden in mijn analyes, helaas zonder daar een adequaat overtuigend antwoord tegenover te stellen. Dat ontlokt mij op mijn beurt een glimlach (ik hou niet zo van uitlachen) van (h)erkenning. Ik zie uit naar je reactie!
Met vriendelijke groet,
Marco Swart
Verjuridisering – 26-08-2006 – door: Jeroen Quakkelaar
Beste Marco,
Dank voor je uitvoerige reactie. Ik heb je nadere toelichting met veel genoegen gelezen.
1. Mijn reactie was gebaseerd op jouw verhaal. Dat verhaal was voor mij niet helemaal duidelijk. Je stelt me nu in staat wat dieper op jouw opvattingen in te gaan.
2. De vraag of we verjuridisering als een probleem moeten ervaren is in de eerste plaats een vraag naar definitiebepaling. Uit jouw reactie maak ik op dat jij er in ieder geval onder verstaat een toenemend beroep op proffessionele geschillenbeslechting (rechterlijke macht, geschillencommissies). Ik zie dat niet als een negatief symptoom van verjuridisering. Ik zie het als een effect van het overheidsbeleid en wat ik dan maar noem “tijdgeest”. We leven immers in een tijd waarin het gaat om eigen belangen en de positie van het individu.
3. Teruggrijpen naar regels leg jij negatief uit vanwege de overwegend teleurstellende resultaten van de toepassing van die regels. Dat laatste kan naar mijn oordeel geen maatstaf zijn. In jouw redenering zeg je in feite: het resultaat valt tegen, we veranderen de regels. Dat lijkt me gevaarlijk.
4. De kans die ik heb gemist is de toenemende regeldruk in bijvoorbeeld het asielrecht, sociaalverzekeringsrecht en bouwrecht. Dat zul je als proffessioneel rechtshulpverlener toch ook constateren. Toenemende regels brengen niet alleen structuur mee, maar ook conflictinflatie. Ik zie bijvoorbeeld na de gewijzigde regelgeving voor de WAO een enorme toename van bezwaar- en beroepsprocedures. Een van mijn hoofdargumenten is bovendien dat de terugtredende overheid (op het gebied van aanspraken) een zwaardere druk legt op civiele geschiloplossing (zoals op het terrein van de personenschade). Ook hier weer een vraag naar definitiebepaling van het begrip verjuridisering. Een positief effect van regelgeving is aan de andere kant dat conflicten (kunnen) worden opgelost, het zogenaamde acces to justice- argument. Zo juich ik het wetsvoorstel van Donner van 24 augustus 2006 toe (deelgeschilprocedure bij letsel- en overlijdenschade).
5. Je zegt dat verjuridisering iets zegt over de koers van de samenleving. Ik begrijp dat je die koers niet wilt volgen. Hoe zou de burger zijn conflicten moeten oplossen wanneer hem dat in onderling overleg met de ander niet lukt? Ik vind jouw gevolgtrekking, dat een toenemend beroep op het rechtsbedrijf het gevolg is van een afnemend vermogen om conflicten in onderling overleg op te lossen, niet juist. Er liggen volgens mij meerdere oorzaken aan ten grondslag. Ik noem het feit dat we in Nederland (Randstad) op een kluitje wonen en werken. Dit brengt naar mijn oordeel mee dat de conflicten te complex worden om zelf op te lossen. Verder noem ik de behoefte aan (rechts)zekerheid. Knopen doorhakken. Ten slotte onderstreep als oorzaak de terugtredende overheid die burgers ten aanzien van het creeren van financiele zekerheden in toenemende mate in de steek laat. Dit brengt mee dat burgers op zoek gaan naar een partij (zo die te vinden is) ter compensatie. Je zult daar als advocaat wel het nodige van hebben gezien.
6. Ik onderschrijf jouw analyse dat er in de verhouding overheid/verzekeraar – burger ernstige mistanden aan te wijzen zijn. Ook onderschrijf ik jouw ervaring dat de wijze waarop partijen met elkaar omgaan tot op zekere hoogte de uitkomst van het conflict bepaalt. Dit valt echter niet bij te sturen. Zelfs bij advocaten onderling is de “welwillendheid” steeds meer ondergeschikt aan het harde partijstandpunt.
7. Uitgangspunt is dat het bij het uitvechten van een conflict uiteraard altijd gaat over eigen belangen. Ik herhaal dat. De vraag is of je van een van de partijen kunt verlangen zich de belangen van de ander aan te trekken. Dit is sterk afhankelijk van de hoedanigheid van partijen. In conflicten tussen particulieren kan ik daar een voorstelling van maken. In conflicten tussen particulieren en overheid / bedrijven minder. Ik begrijp echter wel waar je op doelt. Het hermeneutisch denken zou in theorie een conflictloze samenleving moeten opleveren. Een utopie. Het streven naar deze vorm van samenleven is nobel, maar irreeel.
8. Tot slot plaats ik een uitroepteken bij het stimuleren van de solidariteit door het particuliere initiatief te ondersteunen. Mensen moeten met elkaar communiceren/ omgaan. Ouderen bezoeken en bijstaan, onderling burencontact/ hulp, rechtswinkels, aandacht voor chronisch zieken en gehandicapten e.d. dragen bij aan het begrijpen van elkaar en elkaars standpunten.
Met vriendelijke groet,
Jeroen Quakkelaar

Halverwege de maand mei werd ik gebeld op mijn mobiel. Een leerlinge uit de zesde klas van het Van Maerlant Lyceum vroeg of ik hen wat wilde komen vertellen op een bijeenkomst die zij en haar klasgenoten hadden georganiseerd over normen en waarden. De volgende dag vervoegde ik me in het klaslokaal. De verantwoordelijke leraar waarschuwde me vooraf dat het waarschijnlijk meer vorm dan inhoud zou worden. Hij verkeek zich. De aangekondigde politieagent en de reclasseringsambtenaar hadden echter wel op het laatste moment verstek laten gaan.
Dus stond ik wel in mijn eentje voor een klas met lacherige, maar toch uiterst humorvolle pubers. Ik besloot mijn verhaal om te gooien en vertelde ze van een aan mijn eigen praktijk ontleende geval. Over een jongen uit een keurig gezin die voor de grap met zijn zogenaamde vrienden een benzinestation had overvallen. Waarna in het kader van strafrechtelijk onderzoek uit diepgaand psychologisch reclasseringsonderzoek naar voren kwam dat hij niet had nagedacht over zijn eigen waarden, maar blind op zijn zogenaamde vrienden was afgegaan. Hij had niet beseft welk schrik hij de cassiere had aangejaagd. Het kostte hem tot zijn eigen verrassing 9 maanden gevangenisstraf. Mijn boodschap: Denk eerst goed over je eigen waarden na en praat erover.
Waarna de discussie op stoom kwam. De leerlingen hadden een video-compilatie gemaakt. Volwassenen werden getoond die op de vraag wat normen en waarden voor hen betekenen niet mëér wisten te antwoorden dan wat gehakkel over respect. Een enkele volwassene had zelfs helemaal niets in te brengen. Maar de leerlingen gingen in de klas het debat aan. En discussieerden vrolijk over wel of geen mobieltje in het klaslokaal aan mogen hebben staan en wel of niet je en jij mogen zeggen tegen de leraar. Ze meenden dat normen en waarden vooral door je omgeving als ouders en leraren wordt bepaald. Ik was het hierover niet met ze eens en betoogde dat juist ook ieder van hen persoonlijk invloed op en een voorbeeldfunctie kan uitoefenen over de te hanteren normen en waarden in zijn en haar omgeving. Aan de hand van een fragment uit een cabaretshow van Hans Teeuwen kwam aan bod dat je je waarden juist niet door anderen, bijvoorbeeld diegene je bewondert, moet laten bepalen, maar dat je over je eigen normen en waarden altijd zelf kritisch moet blijven nadenken.
Ik realiseerde me dat de leerlingen van Het Van Maerlant zelf inmiddels meer hadden nagedacht over normen en waarden dan de meeste volwassenen en heb ze die waardering dan ook overgebracht. Ik vind dat we jongeren hierin onderschatten. We kunnen juist erg veel leren over de scherpzinnigheid en humor waarmee jongeren tegen de wereld aankijken. We hoeven de jongeren niet te vrezen. Het zou ons eerder over onszelf aan het nadenken moeten zetten als we ze vrezen, want die vermeende vrees zegt meer over ons volwassenen dan over hen. Mijn hoop is gevestigd op de jeugd die de toekomst voor zich heeft.
Ondertussen zal de sociaal-democratie zich naar mijn mening moeten beraden over het onderwijs in normen en waarden. Mij is duidelijk dat het onderwijs hierin tekort schiet, want steunt op toevalligheden. Het blijkt van enorm belang te zijn dat scholen op zijn minst een grondige les zouden moeten besteden om jongeren aan het nadenken te zetten over normen en waarden in het algemeen en hun eigen normen en waarden in het bijzonder. Het ontwikkelen van fatsoenlijke debatvaardigheden speelt daarbij onder andere een rol. Geen halfslachtige waardigheden waarbij uitsluitend het eigen gelijk wordt verdedigd en verkondigd, maar waarbij vooral wordt geleerd te luisteren naar anderen en waarbij geleerd wordt om te zoeken naar gemeenschappelijke waarden. Want zou het niet hierom moeten gaan dat we jongeren leren na te denken over hun rol en betekenis temidden van de maatschappij waaraan zij mede vorm geven?
