Economie
De VVD kan opteren voor een land dat politiek achter de dijken verdwijnt, of voor een Nederland dat het buitenland niet schuwt. Josse de Voogd hoopt het laatste.
Meer dan ooit is het politieke landschap versplinterd. Nederland is verdeeld in verschillende ‘biotopen’ waarin telkens andere wereldbeelden, waarden en belangen domineren.
De PvdA heerst in de meeste steden en in het noordoosten. De VVD wint in de welvarende suburbane gebieden van West-, Midden- en Zuid-Nederland. Het CDA houdt stand in een aantal traditionele plattelandsgebieden. De PVV is de grootste in vrijwel heel Limburg en nog enkele gemeenten verspreid over het land. SGP en ChristenUnie doen het goed in de Biblebelt, D66 en GroenLinks in de Greenbelt, de as van steden met een hoogopgeleide bevolking en randgebieden die loopt van Alkmaar naar Nijmegen. Binnen de steden doen D66, GroenLinks en VVD het goed in de wijken met hoger opgeleiden, PvdA, SP en PVV in de wijken met lager opgeleiden en de VVD in de vinexwijken.
Vanouds is het noordelijke deel van Nederland progressiever en linkser dan het zuiden. Het noorden past qua politieke cultuur en voorkeur eerder bij Scandinavië, met een neiging naar vrijzinnigheid, egalitarisme en een sterke staat. Dit terwijl Limburg misschien wel dichterbij bij Zuid-Europa staat waar conservatisme en familiebanden centraal staan, men de staat wantrouwt en waar hiërarchische en cliëntelistische relaties belangrijk zijn. Politiek gaat er veel meer over personen en populisten scoren hier beter.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ‘beweging’ van Wilders in Limburg het beste aanslaat. Vooral in het zuiden lag het ‘gat op rechts’ open. Al in de jaren 90 werd gesproken over een conservatievere Limburgse zusterpartij van het CDA, naar het voorbeeld van de Beierse CSU. Deze ‘zusterpartij’ lijkt nu alsnog tot stand te zijn gekomen in de vorm van de PVV. De hoge score hangt verder samen met de onzekerheid over de economische situatie, criminaliteit en gevoelens van politieke ontheemding, veroorzaakt door de neergang van de katholieke kerk en de Katholieke Volkspartij. Het abstracte antwoord van links op deze problemen schiet hier tekort.
Brabant
De ruk naar rechts komt dus voornamelijk uit het zuiden, waar men zich lang achtergesteld heeft gevoeld en nu zijn invloed laat gelden. Dat geldt zeker ook voor de provincie Brabant, die zich snel heeft ontwikkeld en is verstedelijkt. Deze provincie is goed voor maar liefst 22 van de 150 Kamerzetels, terwijl Groningen, Friesland en Drenthe bij elkaar nog maar 16 zetels krijgen. Opvallend is hoe deze provincie uiteenvalt in het dynamische welvarende midden-Brabant waar de VVD sterk is binnengedrongen, en de meer stagnerende flanken waar de PVV het beter doet. Zoals in West-Brabant, dat aansluit op het gebied waar de Vlaamse nationalisten scoren, dat weer doorloopt in de bolwerken van Le Pen in Noord-Frankrijk.
Een belangrijke factor voor de winst van de VVD en in mindere mate de PVV, is verder de suburbanisatie. Van een land waar de tegenstelling stad-platteland centraal stond, is Nederland veranderd in een grotendeels dichtbevolkt ‘tussengebied’. Een steeds groter deel van de bevolking woont in deze suburbane gebieden. Dit viel samen met de gestage groei van de VVD vanaf eind jaren 60. Men heeft er een koophuis, ‘consumeert’ de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen via tv en ’shopt’ van partij naar partij. In vrijwel deze hele zone is de VVD de grootste partij. Maar ook de PVV doet het hier vaak goed, vooral in de gebieden waar men zich zorgen maakt over de huizenprijs, de sociale daling en de ‘verkleuring’. Dan gaat het om plaatsen als Almere, Spijkenisse en Purmerend – gemeenten die in korte tijd enorm zijn gegroeid.
Progressieve steden
Tegenover het rechtse zuiden en het blauwe ’suburbia’ staan de progressieve steden. D66 en GroenLinks zijn hier sterk, terwijl de PvdA stand houdt. Ondertussen verliest links in stagnerende industriesteden en plattelandsregio’s met een lager opgeleide bevolking waar de crisis hard aankomt, zoals Heerlen, Helmond en Oost-Groningen. De PVV lijkt daar de positie van de SP over te nemen, wat laat zien dat de uiteinden van het politieke hoefijzermodel dicht bij elkaar liggen. Links moet het steeds meer hebben van een combinatie van een boven-, en een onderlaag (hogeropgeleiden, ambtenaren en allochtonen), waarbij de lagere middenklasse ontbreekt. Daartegenover staat rechts, dat naast welgestelden en traditionele gezinnen ook steeds meer aanhang krijgt onder lager opgeleide werknemers in sectoren als de bouw en de zorg. Daarin volgt Nederland de Verenigde Staten, waar de Democraten het ook moeten hebben van de onder- en bovenklasse in de steden.
De tegenstelling tussen liberaal en conservatief Nederland komt duidelijk naar voren in de spreiding van de aanhang van een mogelijke Paars-Groene coalitie. Deze combinatie, die flinke winst heeft geboekt, beschikt over een ruime meerderheid in de gebieden die er op internationaal en economisch gebied het meeste toe doen. Een dergelijke Paars-Groene ‘urbane’ en hervormingsgezinde coalitie zou dan ook beter zijn voor Nederland dan een rechts-nationale coalitie die vooral gebaseerd is op de plattelandsgebieden en Nederland meer in zichzelf zal doen keren. Hier ligt dan ook het dilemma voor de VVD: kiest zij voor Nederland-in-de-wereld of voor Nederland achter de dijken.
Bron: Josse de Voogd werkt bij het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks aan een publicatie over electorale geografie. Daarnaast is hij masterstudent internationale betrekkingen in Utrecht. Verschenen in NRC Handelsblad 15 juni 2010.
Vooruit kijkend kunnen we als gemeenteraad niet heen om de kredietcrisis en de verwachte recessie. Ik vind het belangrijk uit te spreken dat we aan de komst van die crisis weinig kunnen veranderen, maar wel ons uiterste best zullen doen de gevolgen ervan voor de zwakkeren in onze samenleving te beperken. En dat we deze crisis zien als een kans om enkele naar boven komende wezenlijke gebreken in onze samenleving grondig aan te pakken. Dit speelt niet alleen op internationaal of nationaal niveau, maar komt uiteindelijk vooral ook op lokaal niveau terecht. Het is belangrijk hiervoor een visie te ontwikkelen en hierop alvast zoveel mogelijk in te spelen. Graag doe ik met dit stuk een poging, al is het alleen al om gedachtenuitwisseling op gang te brengen.
In grote lijnen zie je bij dit soort crisissen vaste patronen. Massa-ontslagen, oplopende werkeloosheid, toenemende aantallen daklozen, toenemende echtscheidingen, financieringstekorten, faillissementen. Die houden we niet helemaal tegen. We kunnen proberen deze effecten zoveel mogelijk te verzachten. Vooral jongeren en etnische minderheden zullen last kunnen gaan ondervinden. Criminaliteit heeft door die oplopende spanningen de neiging op te lopen, vooral geweld. In ieder geval bestaat een behoorlijke kans dat we ons nog minder veilig gaan voelen, vooral als we hier niets of te weinig tegen doen. Op overheidsniveau kunnen we worden geconfronteerd met begrotingstekorten als gevolg van verminderde inkomsten en oplopende uitgaven. Hiermee omgaan kan zich uitsplitsen in doelstellingen om 1) de gevolgen van de crisis in economisch opzicht zoveel mogelijk te voorkomen, 2) de gevolgen ervan voor de zwakkeren in onze samenleving zoveel mogelijk op te vangen en 3) voldoende veiligheidsinstrumenten te hebben.
Het bijzondere van deze kredietcrisis is dat als gevolg van geldtekorten voor schaalvergrotingen (fusies en overnames) voorlopig geen plaats meer zal zijn, maar er macro-economisch wel veel potentie wordt verwacht van vooral het midden- en kleinbedrijf. Het zal dus geen zin hebben te investeren in grote bedrijven (zoals winkelmalls). Ook economische groei zal voorlopig geen grond meer kunnen zijn om beleid op te maken. De crisis manifesteert zich voorts vooralsnog vooral in de bouwsector, de auto-industrie en (voor eindhoven wat minder van belang) de textielindustrie. De KvK Zuid-Oost Brabant heeft onlangs uitgesproken dat vooral het Eindhovense mkb kansen voor intenationaal zakendoen laat liggen
Bezig zijnde met een sterkte zwakte analyse van onze huidige samenleving tegen de achtergrond van deze crisis is mijns inziens ook de groeiende kloof tussen de generaties een risicofactor waarop we bedacht moeten zijn. Hiervoor wordt binnen de PvdA al langer gewaarschuwd. Beatrix heet er in haar kersttoespraak ook niet voor niets aandacht aan besteed.
Dit alles brengt mij tot het volgende persoonlijke rijtje aan mogelijke lokale doelstellingen.:
Ad 1: Economische gevolgen kredietcrsisis beperken
- Zorg voor hechte samenwerking binnen het lokale midden- en kleinbedrijf door zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden te stimuleren en faciliteren.
- Help het lokale mkb met startershuisvesting
- Stimuleer mkb bij innovatieve ontwikkelingen (bijvoorbeeld door subsidies, aannemen van jongeren en werkelozen, toedeling van overheidsopdrachten).
- Maak het werkelozen zo makkelijk mogelijk om als zzp-er of zelfstandig bedrijf verder te kunnen. Sta mensen die al failliet zijn gegaan hierbij niet in de weg. Stimuleer, coordineer en faciliteer goede opleidings- en omscholingsmogelijkheden zodat deze starters een eerlijke kans krijgen.
- Stimuleer lokale economie door als gemeentelijke overheid zelf opdrachtgever van belangrijke stilgevallen projecten te worden (bijvoorbeeld door zelf bouwprojecten te gaan (co- of voor-) financieren voor sociale huisvesting, openbaar vervoer en milieubescherming of via garantiestelling).
- Citybranding nog eens goed onder de loep nemen om sterk te staan in (internationale) concurrentie en t/o landelijke en europese overheden.
Aan veel van deze punten is afgelopen jaren in goede zin door ons college gewerkt, vooral op beleidsniveau. Ik kan me intensivering ervan voorstellen en dat we als fractie vinger aan de pols houden op uitvoeringsniveau.
Ik constateer dat de kloof tussen politiek en lokaal bedrijfsleven op vooral mkb niveau nog steeds levensgroot is. Burgerparticipatie moet tevens gericht worden op het betrekken van lokale mkb-ondernemers en zzp-ers bij de politiek. Doel ervan is dat politiek knelpunten op tijd kan signaleren en oplossen. Dat belang wordt de komende tijd alleen maar groter. Voor mij een belangrijke doelstelling om in het jaar voor de verkiezingen aan te gaan werken.
Ad 2: Gevolgen voor zwakkeren in samenleving opvangen
- De toekomst van de sociale zekerheid zal opnieuw ter discussie staan.
- Goed onderwijs waarborgen voor jongeren, o.a. goede ondernemings- en sociale vaardigheden
- Ontwikkelen van sociale huisvesting bij blijvende woningtekorten desnoods in eigen hand terug nemen en ontwikkelen (ook goed om lokale economie op gang te houden)
- Voorkomen dat er spanningen tussen bevolkingsgroepen oplopen. Ik maak me veel zorgen over het achterblijven van resultaten, vooral mbt de marokkaanse jongeren.
Ad 3: Veiligheidsgevoel in de stad vergroten
- De beschreven ontwikkelingen onderstrepen het enorme belang om snel te werken aan een grotere veiligheidsbeleving in onze stad. Is smart definieerbaar, bijvoorbeeld veiligheidscijfers, aantallen aangiftes, aantallen opgeloste delicten. Ik zou graag willen dat vooral gewerkt gaat worden aan het oplossen van vermogensdelicten als diefstallen (huisinbraken) en geweld (bedreigingen en mishandelingen). Misschien vaker ook voor opsporingsdoeleinden camerabewaking inzetten.
- Aan vergroting van veiligheid kunnen we ook werken door onderlinge sociale draagvlak in buurten en wijken verder te vergroten. Dus nog veel meer actief burgerschap. Zorgen dat we elkaar (leren) kennen. Ik vind dat dit de goede kant op gaat, maar toch nog teveel achterblijft. Wellicht kan investeren in techniek (breedband, mogelijkheden voor videoconferencing, websites, portalen e.d.) dit doel dienen..Ook: Laat mensen zelf met goede ideeen hiervoor komen.
- We moeten alert worden op verloedering van gebouwen en straten op wijkniveau, deze vroegtijdig kunnen signaleren en deze zsm tegengaan. Is er een inventarisatie van dergelijke dreigende gevallen?
Financieel
- De financiele problemen met NRE moeten snel worden opgelost, want dreigen anders de grootste verliespost in ons gemeentelijk vermogen te worden.
- Bij dreigende tekorten eerst bezuinigen op cultuursector en het laatst op effectief gebleken maatschappelijke investeringen.
- Voorkomen dat burgers met lastenverzwaringen worden geconfronteerd, tenzij igv bijzondere gemeentelijke financiele nood (bijvoorbeeld vanwege NRE)..
- Structureel geld is nog steeds en meer dan ooit dringend gewenst.
- We moeten dringend gaan werken aan het serieus (laten) inventariseren van gemeentelijke financiele risico’s.
In het Eindhovens Dagblad las ik van ondermeer Hurks en andere lokale ondernemers, waaronder bouwondernemers, dat grote bouwprojecten in de ontwkkelingsfase stil komen te liggen omdat banken geen financiering meer willen / kunnen verstrekken. Dat roept bij mij de vraag op welke gevolgen dit gaat hebben voor onze stedelijke ontwikkeling. Dreigen hierdoor bouwdoelstellingen (volumes) niet gehaald te gaan worden? Wat gaat dit betekenen voor Strijp-S? Ook wil ik weten of het college al dan niet in overleg met provincie en regering een beleid voor ogen heeft om dergelijke projecten te stimuleren (althans vertraging te voorkomen) dmv bijvoorbeeld het verstrekken van aanvullende garantstellingen en of dat die risico’s te dragen zijn (al dan niet via de te verwachten opbrengsten van grondpolitiek). Amsterdam deed inmiddels hetzelfde. Zie het artikel “Amsterdam vreest bouwstop“. Bij de begrotingsbehandeling in de gemeenteraadsvergadering die vanmiddag om 16.00 uur begint zal mijn fractie hierover aan het college vragen stellen.
Naar aanleiding van de kredietcrisis hebben wij vanavond als afdeling een bijeenkomst georganiseerd. Sprekers waren de staatssecretaris van Economische Zaken Frank Heemskerk, prof. Pieter Duffhues, hoogleraar Financiën aan de UvT en de Eindhovense wethouder voor o.a. economische Zaken Erik van Merrienboer. De opkomst in de vaste uitvalsbasis in het Rozenknopje was behoorlijk. Verheugend was ook dat niet alleen mensen van de PvdA aanwezig waren, maar ook van andere partijen zoals VVD, CDA en Leefbaar Eindhoven.
Vragen
Dat het onderwerp kredietcrisis leeft, bleek uit het groot aantal vragen en reacties vanuit de zaal. Wij legden de heren de vragen voor: Politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen, maar hoe? Welke maatregelen wenselijk? Zijn de huidige maatregelen voldoende of is er meer nodig? Zo ja, welke maatregelen? In het verlengde hiervan: Wat kan er nog op ons afkomen en zijn wij als burgers, als regering en als lokale overheden voldoende op voorbereid? Hoe kunnen we ons voorbereiden op wat wellicht nog komen gaat?
Prof. Duffhues legde uit dat er sprake is van twee financiele crisissen, namelijk de bankencrisis en de aankomende conjunctuurcrisis. Over de maatregelen die regeringen hebben genomen was de hoogleraar zeer goed te spreken. Hij verwacht dat deze maatregelen positieve effecten zal hebben. Dat deze crisis heeft kunnen ontstaan verwijt hij de zittende politici. Enkele jaren geleden reeds hebben meerdere hoogleraren monetaire economie voor een crisis als deze gewaarschuwd zonder dat daartegen preventiefe maatregelen zijn genomen. De hoogleraar is ervan overtuigd dat de crisis voorkomen had kunnen worden. Zelf heeft hij in 2003 reeds geschreven over de kwalijke effecten van topbeloningen en bonusbeloningen in de financiele sector. Zie het artikel: Topmannen: “opties deugen niet” in FEM Business.
Economische duurzaamheid
Wij legden aan de staatssecretaris en aan de hoogeleraar de volgende stellingen voor: Deze internationale financiële crisis is een waterscheiding. Vanaf nu zullen de spelregels fors moeten worden aangehaald, aan de bonuscultuur moet definitief een einde komen. Ook het toezicht op de financiële sector moet sterk worden verbeterd en sterk worden geïnternationaliseerd, anders blijven we achter de feiten aanlopen. Het huidige financiële systeem is onethisch en ondemocratisch. Amerika en Europa moeten er samen met China, India en Brazilië voor zorgen dat er wereldwijd meer grip komt op de financiële wereld. De continuïteit op de lange termijn moet belangrijker worden dan de korte termijn winsten. Het gaat om economische duurzaamheid. Daarbij staan gewone burgers en bedrijven voorop. De markt moet worden gereguleerd ter bescherming van ons allen. De bescherming van het algemeen belang moet voorop staan en dit rechtvaardigt strengere regels. Juist de sociaaldemocraten kunnen nu het verschil maken.
Het teleurstellende antwoord van de staatssecretaris was dat we eerst de brand moeten blussen en daarna wel verder zullen zien. Hij reageerde nauwelijks op suggesties uit de zaal en van de hoogleraar om het toezicht op de banken te gaan verbeteren en de beloningsstructuur aan te passen. Evenmin reageerde hij op de oproep vanuit de zaal met deze aansprekende onderwerpen rekening te houden bij de aanstaande verkiezingen voor het Europees Parlement. Naar mijn stellige verwachting zullen deze thema’s zich nog gaan roeren de komende tijd.

Verkoop van ons aardgas heeft onze schatkist in 2007 ruim 13 miljard euro opgeleverd (1). Waaraan wordt dit geld eigenlijk besteed? Deze vraag is heden ten dage pregnant nu onze aardgasreserves slinken. De verwachting is dat tegen 2035 het grootste deel van onze voorraad aan aardgas in rook zal zijn opgegaan (2). Het is dus belangrijk deze opbrengsten goed te besteden. We kunnen dit geld immers maar één keer uitgeven.
Op dit moment komt ongeveer 7 procent van de inkomsten van onze rijksoverheid voort uit deze aardgasbaten. Sinds het paarse kabinet is bepaald dat ongeveer 40 procent van deze opbrengst dient te worden gereserveerd in het Fonds Economische Structuurversterking (FES) (3). Met andere woorden vervliegt ruim 60 procent van deze opbrengsten in reguliere, jaarlijks terugkerende, structurele overheidsuitgaven. Het wordt dringend tijd erover na te denken of we dit geld willen blijven verjubelen.
Aardgasbaten kunnen we maar één keer uitgeven. Indien we het grootste deel van deze baten blijven uitgeven aan jaarlijks terugkerende uitgaven zullen we na 2035 tegen dubbele problemen aanlopen. Niet alleen zullen we dan deze natuurlijke bodemschat als energiebron gaan missen. Ook zullen we vanaf dat moment structurele tekorten op de rijksbegroting gaan ondervinden. Dan zullen kolossale bezuinigingen meer dan ooit noodzakelijk zijn. Deze problemen kunnen we maar beter voor zijn. Regeren is immers vooruitzien!
In rook opgegaan?
In de jaren ’20 werd aardgas bij toeval ontdekt. Lang werd gedacht dat er niets aan te verdienen viel. Tot de ontdekking in 1959 van de aardgasbel in Slochteren. In 1963 viel het officiële startschot voor de exploitatie (oprichting Nederlandse Gasunie). In 1966 inde de overheid de eerste aardgasbaten. Met de oliecrisis in 1973 stegen die opbrengsten explosief. Sindsdien hebben we er in Nederland meer dan 170 miljard Euro mee verdiend. En uitgegeven. Waaraan is al dat geld op gegaan?
Een deel van deze opbrengsten zijn besteed aan de aanleg van grote infrastructurele werken, zoals de Oosterscheldedam, snelwegen en de Betuwe-spoorlijn. Maar alom wordt ook erkend dat een minstens even groot deel ervan is besteed aan uitkeringen zoals de WAO, WW en later de VUT. Oud-politici zoals Jan Terlouw, Marcel van Dam en Tjerk Westerterp beweren dat de sociale verzekeringen zich dankzij deze aardgasopbrengsten razendsnel verder hebben kunnen ontwikkelen. Daarmee heeft het gefungeerd als politieke smeerolie. Gezegd wordt wel dat de overheid er sociale stabiliteit en rust mee heeft gekocht (4), oftewel hebben we ons befaamde poldermodel eraan te danken. Dat gebeurt dus nog steeds, maar met het opraken van onze aardgasvoorraden zal ook binnen afzienbare tijd een einde komen aan de functie van politieke smeerolie.
Investeren
Het is buitengewoon betreurenswaardig dat onze overheid de opbrengst van zo’n ontzettend belangrijk bezit als aardgas verjubelt aan jaarlijks terugkerende, structurele uitgaven zoals riante uitkeringen in plaats van aan maatschappelijke investeringen. Het huidige politieke beleid (dat achtereenvolgende kabinetten sinds de jaren ’70 voeren) is kortom onverantwoord. In plaats daarvan moeten we nu snel beginnen met het uitgeven van de aardgasbaten aan investeringen in kwalitatief hoogstaand onderwijs en innovatieve technologische ontwikkelingen. Alleen van dergelijke uitgaven zal onze samenleving ook in de toekomst de maatschappelijke vruchten blijven plukken. Ons nageslacht zal immers ook zonder aardgas op een gezonde en vreedzame manier verder moeten kunnen leven.
Sociaal-democratische toekomstvisie
Tijdens het congres op 30 september 2006 van de PvdA waarin het verkiezingsprogramma werd besproken diende ik namens de Eindhovense afdeling over dit onderwerp een amendement in. De tekst luidde: “Onze aardgasbaten zullen we niet langer verjubelen, maar zoveel mogen gaan gebruiken om te investeren in de toekomst van ons land, zoals in kennis, onderwijs, innovatie en infrastructuur, zodat ook toekomstige generaties daarvan profijt zullen hebben.” De programmacommissie weigerde deze tekst in de financiele paragraaf van het verkiezingsprogramma op te nemen. Het zou pas van lef getuigen als de politieke leiding van de partij niet meer zal willen deelnemen aan het verjubelen van de aardgasbaten maar aan de toekomst van onze kinderen zal willen denken.
Het ontwikkelen van een visie daarop dient de politieke missie van onze sociaal-democratie van de komende jaren te zijn. Opkomende partijen als Trots op Nederland geven ons kostbare geld immers liever uit het aanleggen van nieuwe snelwegen. Daarmee waarborg je voor de toekomst echter niet de broodnodige maatschappelijke samenhang. Een antwoord op dit populisme vinden is niet moeilijk zoals ik met dit artikel wil aangeven. Maar de PvdA zal dan wel moeten beseffen dat het antwoord alleen te vinden is in een concrete lange termijn visie zoals deze.
Mr. Marco Swart
(1) Persbericht 21 april 2008 Centraal Bureau voor de Statistiek
(2) aldus onderzoeksinstituut NITG
(3) Wet Fonds economische structuurversterking, Wet van 21 december 1995, nadien regelmatig gewijzigd
(4) Uitzending Andere Tijden van 8 februari 2007


