Uncategorized
Dankzij de politisering van de kloof tussen burger en politiek hebben ‘Henk en Ingrid’ een stem gekregen en roept de beroepspoliticus om het hardst dat wat er op het Binnenhof gebeurt eigenlijk helemáál niet zo belangrijk is.
Tien jaar geleden bestond de niet in politiek geïnteresseerde laagopgeleide burger eigenlijk alleen in de statistieken van politicologen over politiek cynisme of dalende opkomsten bij verkiezingen, maar inmiddels is hij politiek wakker gekust. Hoe ingrijpend hij de Nederlandse politieke verhoudingen inmiddels heeft veranderd, wordt nog eens onderstreept door de monsterscore van Wilders’ PVV bij de Tweede Kamerverkiezingen. Rita Verdonk gooide in het voorjaar van 2008 in de peilingen al even hoge ogen en de PVV-score is ook vergelijkbaar met de 26 zetels die de LPF in 2002 wist te incasseren. Het kabinet-Balkenende I, waartoe de LPF destijds toetrad, viel echter reeds drie maanden na zijn beëdiging en de partij zelf werd zes jaar na haar oprichting ook alweer opgeheven. En zoals Wilders inmiddels Verdonk heeft teruggestuurd naar de politieke coulissen, behoeft het evenmin te verbazen wanneer de PVV binnen een paar jaar ook zelf weer moet plaatsmaken voor een rechts-populistische nieuwkomer.
Oppervlakkige manifestatie
Men moet zich dan ook niet blindstaren op de PVV, want het succes van Wilders’ partij is welbeschouwd slechts een oppervlakkige manifestatie van een meer fundamentele verandering die begon met de politieke aardverschuiving waardoor Nederland in 2002 werd getroffen. Destijds toonden de meeste politici zich minder ingenomen met de mooie verkiezingsopkomst dan verontrust over de vele nieuwe kiezers die op de ‘verkeerde’ partij hadden gestemd. Sindsdien is de kloof tussen burger en politiek zélf een politieke kwestie geworden.
Het eerste gevolg daarvan is natuurlijk de nieuwrechtse politiek, die niet christelijk is en evenmin de economische belangen van de hogere middenklasse behartigt, maar stem geeft aan het culturele onbehagen en de vervreemding van het laagopgeleide deel der natie. Deze politiek ontmaskert de sociologische mythe als zou er een soort vanzelfsprekende of natuurlijke verbinding bestaan tussen de maatschappelijke onderlaag en linkse politieke partijen. Net zoals GroenLinks bij uitstek een partij is voor hoogopgeleiden, is de PVV dat immers voor laagopgeleiden. Dergelijke nieuwlinkse en nieuwrechtse partijen onderscheiden zich van oudlinkse en oudrechtse via stellingnamen inzake culturele kwesties (vrijheid en onvrijheid, multiculturalisme en immigratie, misdaad en veiligheid, nationalisme en internationalisme). Net zoals GroenLinks is voortgekomen uit (onder meer) de oudlinkse CPN, zijn ToN en PVV afsplitsingen van de oudrechtse VVD. Het nieuwrechtse populisme heeft zich inmiddels stevig in de Nederlandse politiek genesteld en het ziet er niet naar uit dat het snel weer zal verdwijnen.
Protest tegen politieke en bureaucratische elites
Natuurlijk behelst dit nieuwrechtse populisme een afkeer van ‘het vreemde’ en het ‘niet-eigene’ en een nostalgisch verlangen naar het Nederland van weleer – het Nederland zoals destijds verbeeld door Swiebertje en tegenwoordig door Toen was geluk heel gewoon. En natuurlijk was er de afgelopen jaren veel gedoe over radicale moslims en vrouwonvriendelijke imams; over hoofddoekjes, boerka’s en boerkini’s; over immigratie, integratie en inburgering. Maar ook dat andere kenmerk van het populisme, het volkse protest tegen politieke en bureaucratische elites, is de afgelopen jaren bij de PVV steeds zichtbaarder geworden. In plaats van krachtdadig op te treden tegen de problemen waarmee ‘hard werkende burgers’ dagelijks kampen, zouden politici en ambtenaren hun tijd verdoen met eindeloze vergaderingen over bijzaken en een onophoudelijke stroom uit de werkelijkheid losgezongen nota’s, notities, rapporten en toekomstscenario’s produceren – of, erger nog: laten produceren door externe adviesbureaus of onderzoeksinstellingen. Omdat een en ander bovendien wordt gefinancierd met ‘onze’ belastingcenten, zo luidt de populistische slotsom, is hier in feite sprake van uitbuiting van ‘gewone’ en ‘hard werkende’ Nederlanders door Haagse ‘zakkenvullers’, die alleen maar geïnteresseerd zijn in hun eigen portemonnee, hun eigen loopbaan en hun eigen ‘linkse hobby’s’. In dit populistische vertoog, dat vooral aantrekkelijk blijkt voor lageropgeleiden, is de parasitaire boevenrol van het kapitaal uit het socialistische verhaal overgenomen door politieke, bestuurlijke en ambtelijke elites.
Een tweede gevolg van de politisering van de kloof tussen burger en politiek hangt hier nauw mee samen. Politici voelen zich van de weeromstuit steeds meer genoodzaakt om afstand te nemen van wat in minder dan tien jaar tijd ‘de Haagse kaasstolp’ is gaan heten. Zij geven daarmee de boodschap af dat wat in Den Haag gebeurt eigenlijk helemaal niet belangrijk is – dat het gaat om ‘de echte problemen’: de problemen van ‘de mensen in de samenleving’ of ‘de mensen in de oude wijken’. Zo baarde het kakelverse kabinet-Balkenende IV in het voorjaar van 2007 opzien met zijn voornemen om eerst maar eens honderd dagen ‘in gesprek te gaan met de samenleving’. Zo’n bus heeft grote voordelen, legde Erik van Bruggen, bedenker van de in dit verband georganiseerde bustournee, desgevraagd uit aan deze krant: Die komt ergens aan, rijdt door het land – allemaal mediagenieke momenten die zo het journaal halen. En je kunt er als politicus je boodschap mee onderstrepen dat je de kiezer serieus neemt. En inderdaad: dankzij Van Bruggen kon heel Nederland honderd dagen lang via oude en nieuwe media meegenieten van de avonturen die Balkenendes kabinetsploeg in het land beleefde. Minister André Rouvoet verscheen zelfs enthousiast jumpend met Haagse kinderen op de televisie.
Onvoldoende presterende en bureaucratische overheid
In juni 2007, na afloop van de honderddaagse ontdekkingsreis door ‘de samenleving’, bleek bijna iedere pagina van het glossy beleidsprogramma ‘Samen werken, samen leven’ een foto-met-tekstballon-van-doodgewone-Nederlander te bevatten. Waar het de Europese eenwording betreft, verwoorden deze buikspreekpoppen keurig het kabinetsstandpunt, maar waar het gaat om welzijnsbeleid, gezondheidszorg of onderwijs, terreinen waar burger en overheid elkaar dagelijks treffen, zeggen ze iets heel anders. Daar schetsen ze een soms scherpe tegenstelling tussen een bureaucratische beleidsolifant en een breekbare maatschappelijke porseleinkast vol alledaagse wijsheid. llya Soffer krijgt van het kabinet bijvoorbeeld ruim baan om te mopperen over kastjes en muren in de zorg en Rob de Lugt mag zijn hart luchten over de jeugdzorg: Ze zeggen wel dat de wachtlijsten zijn weggewerkt, maar dat valt vaak vies tegen. Mijn eigen dochter is gedragsgehandicapt, dus ik weet waar ik het over heb. Het is slechts een variatie op het terugkerende thema van een onvoldoende presterende en bureaucratische overheid waartegen verzorgers en verzorgden op tragische wijze het onderspit delven. In het slothoofdstuk van het document, dat de veelzeggende titel ‘Overheid en dienstbare publieke sector’ draagt, mag mevrouw Wassenaar het allemaal nog eens samenvatten. Het lijkt een belofte van beterschap van het kabinet: Ik vind dat de overheid echt moet luisteren naar burgers. De punten uit de dialoog moeten daadwerkelijk gebruikt worden. Voordat het goed en wel van start was gegaan, had het kabinet-Balkenende IV met ‘Samen werken, samen leven’ al uitgebreid ’sorry’ gezegd tegen ‘de samenleving’.
Steeds vaker spelen politici tegenwoordig dat zij eigenlijk helemaal geen ‘echte’ politici zijn, maar ‘gewone’ mensen; dat zij niet ‘boven’ of ‘tegenover’ burgers staan, maar ‘naast’ of (liever nog) ‘achter’ hen. Daarom liet Jan Peter Balkenende zich de afgelopen jaren zo graag fotograferen in een Formule 1-wagen, ontspannen met een glas pils in de hand of met Bianca aan zijn zijde. Daarom pronkt Wim van de Camp met zijn motorfiets en daarom twittert Femke Halsema naar hartelust over het wel en wee van haar kinderen. Eerder dit jaar, al voordat hij het roer van Wouter Bos had overgenomen, figureerde Job Cohen als gastredacteur van het damesblad Margriet. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit volgde al snel met haar eigen glossy Gerda. En in de aanloop naar de verkiezingen gunden de lijsttrekkers van de meeste partijen de lezeressen van Libelle een kijkje in hun privéleven via uitgebreide en met foto’s gelardeerde interviews.
Populistische partijen die zich op luide toon keren tegen het Haagse politieke establishment geven sinds 2002 stem aan de mopperende laagopgeleide burgers die zich ooit politiek afzijdig hielden. Was de kloof tussen burger en politiek tien jaar geleden nog als een slapende politieke vulkaan, inmiddels is zij tot uitbarsting gekomen met een volwaardige nieuwrechtse politiek van de gewone man (m/v) als resultaat. Zij is opgetrokken op de metafoor van een verregaand van ‘de mensen in de samenleving’ losgezongen ‘Haagse kaasstolp’. De politiek, zo luidt haar aanklacht, is eerder een oorzaak van de problemen waarmee ‘Henk en Ingrid’ kampen dan dat zij daarvoor serieuze oplossingen biedt. Politici die zich al te nadrukkelijk met de Haagse politiek associëren trekken in dit nieuw ontstane politieke klimaat nauwelijks nog volle zalen. Daarom proberen zij de kloof tussen burger en politiek te overbruggen door de rol van de exclusief op het Binnenhof gerichte beroepspoliticus te vermijden en zoveel mogelijk op ‘echte mensen’ te lijken. Als reactie op al die ontevreden burgers zijn inmiddels dus ook politici de politiek steeds meer de rug gaan toekeren, waarmee zij een nieuwe en tot op heden minder onderkende kloof in het leven roepen: die tussen politicus en politiek.
Auteurs: Dick Houtman en Peter Achterberg, respectievelijk als hoogleraar cultuursociologie en universitair docent cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze bijdrage is gebaseerd op een artikel dat binnenkort verschijnt in het tijdschrift ‘Sociologie’. Bron: NRC Handelsblad 19 juni 2010
Vanaf nu twitter ik ook! Lees meer over mijn besognes en commentaar op: twitter.com/marcoswart
Maandag 19 januari 2009
Deze dag begin ik na ontbijt met mijn dagelijkse werkzaamheden op mijn kantoor. Zoals elke week bekijk ik de statistiekgegevens van de bezoekers van mijn websites. Op die websites bied ik in begrijpelijke taal veel informatie over ontslagrecht en incasso’s. Opvallend is dat de bezoekersaantallen de laatste weken fors oplopen. Sinds november zijn de bezoekersaantallen zo goed als verdubbeld.
’s-Middags krijg ik eerst bezoek van de designer van mijn websites die ik wil laten restylen. Aansluitend krijg ik bezoek van 2 Turkse heren die een Turks-Nederlands incassobureau hebben en een Nederlandse intermediair zoeken. Alhoewel beiden uitstekend Nederlands spreken en een van hen een hoge ambtelijke positie heeft bekleed, zeggen beiden dat zij en hun Turkse klanten (waaronder banken) aansluitingsproblemen bij Nederlandse klanten en debiteuren te ondervinden als gevolg van culturele verschillen. Sinds ik in Egypte en meerdere malen in Marokko ben geweest spreken beide culturen mij enorm aan en probeer ik op deze manier mijn bescheiden steentje aan de noodzakelijke integratie bij te dragen. Dit soort geluiden is mij niet vreemd. Zo loop ik regelmatig tegen Turkse en Marokkaanse rechtenstudenten aan die worstelen met hun culturele identiteit en achtergrond en de Nederlandse taal soms schriftelijk net iets minder goed beheersen waardoor zij meer problemen ondervinden bij het vinden van aansluiting (bijvoorbeeld bij het vinden van stageplaatsen) dan hun Nederlandse collega’s.
Later in de middag bereid ik de wekelijks fractievergadering voor. Aan de orde zijn ondermeer de fractiedoelen die wij als PvdA voor 2009 voor onszelf willen vastleggen. Zelf vind ik het belangrijk dat we niet alleen kijken naar wat we nog kunnen bereiken van ons verkiezingsprogramma en het coalitie-akkoord, maar vooral nadenken hoe we kunnen inspelen op de snel veranderende wereld om ons heen. In een notitie zet ik voor onze fractie uiteen welke negatieve gevolgen de crisis voor onze stad kan hebben (zoals massa-ontslagen, meer daklozen, meer echtscheidingen, meer criminaliteit) en wat we eraan kunnen doen om dat zoveel als mogelijk te voorkomen. Ik zie vooral een toenemend belang om te werken aan sociale cohesie in buurten en wijken en steun tijdens de vergadering om die reden met volle overtuiging mijn gewaardeerde fractiegenoot Jacques van der Meer, die fantastisch werk doet in ‘zijn’ wijk Kronehoef. Als fractie besluiten we de raadsinformatiebrief van het college over de te verwachten gevolgen van de economische crisis voor onze stad af te wachten die we komende week verwachten.
Daarnaast heeft de fractie mij gevraagd een brief te beantwoorden van een vereniging van volkstuiniers. Deze vereniging constateert in die brief dat ze aan de gemeente de huurprijs voor bebouwd grond moeten betalen in plaats van de huurprijs voor agrarisch grond en dat het verschil ruim 10 euro per vierkante meter bedraagt. Deze vereniging ervaart dit met de andere Eindhovense tuiniersverenigingen (van bij elkaar zo’n 3000 leden) als onrechtvaardig omdat de gemeente volgens hen niets biedt aan extra fasciliteiten, dus geen extra tegenprestatie voor dat geld biedt. Ik bel de secretaris op en vraag hem om een toelichting. Hij geeft aan dat volgens zijn informatie gemeentes zelfs extra rijkssubsidie hebben gekregen. Ik leg mijn bevindingen die avond voor aan de fractie. Samen besluiten wij onze vragen eerst langs ambtelijke weg uit te zoeken alvorens het onderwerp wellicht in een van de raadscommissies te agenderen. Het is tegen twaalf uur als ik in mijn bed rol.
Dinsdag 20 januari 2009
Zoals elke dag begin ik de dag met het openen van een grote berg post. Met een briefopener rits ik in een sneltreintempo de ene envelop na de andere open, zodat ik snel de inhoud kan verwerken. Gedachteloos open ik een wat luxere envelop, haal de kaart eruit en schrik van de inhoud: het betreft een rouwkaart van een bevriende Weertse notaris, mr. Rene Oldenampsen, die op 52-jarige leeftijd volkomen onverwacht blijkt te zijn overleden. Natuurlijk had ik dit niet aan kunnen zien komen en de hele situatie komt volkomen onrealistisch op mij over. Ik heb hem 8 jaar geleden goed leren kennen toen ik nog in Weert werkte. Hij was een van de eerste notarissen die toen gebruik maakte van de vrijere vestigingsmogelijkheden, daarmee zijn eigen kantoor kon beginnen en met tarieven stuntte. Ik mocht het allemaal van dichtbij meemaken. Ik lucht tegen mijn medewekers mijn hart, leg de rouwkaart aan de kant en besluit op een wat rustiger moment een persoonlijke kaart aan zijn familie te schrijven.
Aan het einde van de middag begeef ik mij naar het stadhuis. Daar woon ik namens mijn fractie een bijeenkomst bij van de werkgroep ter verbetering van de vergadersystematiek waarvan ik lid ben. Toen ik afgelopen oktober als raadslid werd beeidigd vroegen veel mensen mij of ik er zin in had. Mijn antwoord luidt steeds dat ik heel veel zin heb om iets voor deze stad te kunnen betekenen, maar als een berg opzie tegen de ellenlange raadsvergaderingen. Die raadsvergaderingen duren in mijn beleving tergend lang (meestal van ’s-middag 15.00 uur tot ’s-avond 23.30 uur) en als je geluk hebt mag je zelf ook 5 regels zeggen. Vaak heb ik tijdens die raadsvergaderingen de neiging te denken aan al het werk op mijn kantoor dat ik ondertussen af had kunnen maken en de clienten die ik had kunnen helpen. In het bedrijfsleven wordt zo langdurig en intensief zelden vergaderd is mijn ervaring, vooral omdat daar vergadertijd al snel wordt ervaren als productieverlies..Toevallig bleken meer raadsleden met dit probleem te worstelen. Na een werkbezoek afgelopen november aan de gemeenteraad van Apeldoorn, waar veel efficienter wordt vergaderd, hebben de Eindhovense gemeenteraadsleden gelukkig besloten met elkaar te willen nadenken hoe ook in Eindhoven efficienter kan worden vergaderd. Een lid van het presidium van de Apeldoornse gemeenteraad heeft de afgelopen Eindhovense raadsvergadering kritisch gevolgd en komt ons vandaag zijn bevindingen vertellen. Ik geef aan dat wat mij betreft veel meer nadruk moet komen te liggen op het aanwakkeren van levendige debatten in raadscommissies. Raadsvergaderingen mogen wat mij betreft voortaan beperkt blijven tot stemmingen. Het lijkt erop dat de meeste fractievoorzitters ook op die lijn zitten. We spreken af vanaf de volgende keer naar onze fracties te zullen terugkoppelen voor het creeren van draagvlak voor onze plannen.
Woensdag 21 januari 2009
Vandaag reis ik eerst naar Hilversum. Daar heb ik een afspraak met de oprichter van de Vereniging van Polisbezitters. Deze vereniging komt op voor gedupeerden van verzekeraars. In mijn praktijk loop ik met vaste regelmaat tegen mensen aan die dachten goed tegen onheil te zijn verzekerd, maar als het op betalen aankomt worden geconfronteerd met stelselmatig weigerachtige verzekeraars. Dat zijn bijna altijd mensen die wat minder stevig in hun schoenen staan, zoals laaggeschoolden en allochtonen.
’s-Middags reis ik door naar Baarn. Als lid van de Vereniging van Incasso Advocaten woon ik de jaarlijkse ledenvergadering bij. Eerst houdt een hoogleraar een actualiteitencollege over de nieuwste ontwikkelingen in het procesrecht. Uiteraard staat ook hier en tijdens de borrel en het diner later die avond de kredietcrisis centraal. Na de erop volgende huishoudelijke vergadering volgt een zeer vermakelijke gastvoordracht van de vermaarde Jos Burgers over het behandelen van waardevolle Klanten als je die als dienstverlenend bedrijf wil vasthouden. Hij laat inzien dat bedrijven vaak de neiging te hebben klanten op een verkeerde manier te behandelen of zelfs te verwaarlozen. Ik bedenk me dat zijn ideeen ook heel goed binnen onze afdeling kunnen worden toegepast (onze klanten zijn immers onze leden en kiezers) en besluit het op een geschikt moment bij ons afdelingsbestuur aan de orde te zullen stellen. Om half twaalf ben ik weer thuis en rol ik in mijn bed.
Donderdag 22 januari 2009
Omdat ik gisteren de hele dag van kantoor ben weggeweest ondervind ik daarvan vandaag de gevolgen. Een hele lijst van mensen vraagt om teruggebeld te worden. Het dubbele aantal binnengekomen brieven en emails vraagt om beantwoording, Vandaag bespreek ik met een ontslagen werknemer de verdere strategie voor verkrijgen van een schadevergoeding en we besluiten tijdens de nog lopende opzegtermijn zelf een ontbindingsverzoek bij de rechter in te dienen. Aan het einde van de dag ontvang ik een nieuwe client die na 20 jaar trouwe dienst met ontslag wordt bedreigd en voor wie een flinke ontslagvergoeding in het verschiet ligt.
Vrijdag 23 januari 2009
Vrijdagen probeer ik vrij te houden van clienten. Ik kan dan werken aan langere processtukken. Omdat ik vandaag niet in pak hoef, besluit ik vanuit het centrum naar het vliegveld te fietsen. Voorzien van een Russische bondmuts en dikke handschoenen is dat een heerlijke tocht dwars door Meerhoven. Deze dag moet ik ook de boekhouding bijwerken en mijn rekeningen betalen. Daaronder bevinden zich ook de maandelijkse afdrachten van loonbelastingen en premies voor mijn medewerkers aan de Belastingdienst en de kwartaalaangifte van de omzetbelasting. Het gaat iedere keer om forse bedragen, die wel weer elke maand verdiend en binnengehaald moeten worden om te kunnen blijven overleven. Anders dan veel werkgevers heb ik er geen hekel aan die belastinggelden te moeten afstaan, maar het doet me wel beseffen met hoeveel inspanning dat geld verdiend is en dat burgers terecht van de overheid verwachten dat de overheidsbesteding van elke euro ervan zorgvuldig en verantwoord geschiedt.
Zaterdag 24 januari 2009
Deze ochtend om stipt 09.00 uur staan mijn advocaat-stagiair-in-opleiding en zijn vriendin bij ons thuis op de stoep. Met hen en mijn vrouw reis ik vandaag per auto naar Berlijn. Doel van het bezoek is een Duitse klant die op de Kurfurstendamm in Berlijn is gevestigd. Deze klant is voor veel geld opgelicht door een Nederlands bedrijf die zegt te bemiddelen in hypotheken, maar in werkelijkheid alleen provisies opstrijkt en daarna niets meer van zich laat horen. Onze Duitse klant zullen we echter pas aanstaande maandag bezoeken. We combineren het nuttige met het aangename. We komen om 16.00 uur in Berlijn aan, frissen ons op en gaan ieder onze eigen weg. In hartje Berlijn haalt mijn Duitse vrouw in een megaboekenwinkel haar hart op met de aanschaf van een grote voorraad Duitse boeken. We sluiten de dag af in een Italiaans restaurantje met pizza en rode wijn.
Zondag 25 januari 2009
Vandaag bezoeken we met ons 4-en om te beginnen de Duitse Reichstag. Die wens stond al erg lang op mijn lijstje. In 1987 bezocht ik Berlijn voor het eerst. Toen stond de muur die oost van west scheidde er nog en bevroedde niemand dat die binnen 2 jaar zonder schoten omver zou vallen. Als de muur er nog zou hebben gestaan had ik mijn vrouw waarschijnlijk nooit leren kennen. Elke keer als ik Berlijn opnieuw bezoek, fascineert mij de enorme veranderingen die deze stad doormaakt, vooral de integratie tussen het oosten en het westen van de stad. In de herbouwde koepel van de Reichtstag bevindt zich een indrukwekkende permamanente tentoonstellig over de omwentelingen die dat gebouw en het Duitse parlement in de loop van de 20ste eeuw hebben meegemaakt.
’s-Middags sluit de Duitse broer van mijn vrouw zich bij ons aan. Ter hoogte van de Brandenburger Tor wandelen we dwars tegen een lange demonstratiestoet in van Turkse christenen die zeggen in hun land te worden bedreigd door moslims. We bezoeken de indrukwekkende Joodse gedenkstenen bovenop de voormalige Nazibunkers en de eronder liggende museum. Ook al is de geschiedenis bekend, de persoonlijke tragedies die zich hebben afgespeeld en waarvan er enkelen uitvoerig worden belicht, zijn iedere keer weer buitengewoon aangrijpend. Het nazi-regime is een typisch voorbeeld van een regering die haar macht heeft misbruikt en de Weimar republiek een typisch voorbeeld van een democratie die heeft gefaald. Ik besef elke keer weer opnieuw dat we niet kunnen uitsluiten dat vergelijkbare situaties in de toekomst opnieuw zullen kunnen voordoen en we zullen er met ons allen dus altijd waakzaam tegen moeten blijven.
Ons laatste bezoek is aan het voormalige Checkpoint Charlie, tijdens de koude oorlog de meest bekende doorlaatpost tussen het oosten en het westen van de stad. In 1987 reed ik er na uitvoerige paspoortcontroles en intimiderende militairen met de touringcar van mijn school doorheen. Nu is het bijna een gewone straat geworden waar alleen een museum nog van die tijd getuigt. Dan is het met de metro terug naar ons hotel. Ter voorbereiding van het bezoek de volgende ochtend aan mijn Duitse client lees ik nog eens grondig het inmiddels lijvige dossier door.
In het Eindhovens Dagblad las ik van ondermeer Hurks en andere lokale ondernemers, waaronder bouwondernemers, dat grote bouwprojecten in de ontwkkelingsfase stil komen te liggen omdat banken geen financiering meer willen / kunnen verstrekken. Dat roept bij mij de vraag op welke gevolgen dit gaat hebben voor onze stedelijke ontwikkeling. Dreigen hierdoor bouwdoelstellingen (volumes) niet gehaald te gaan worden? Wat gaat dit betekenen voor Strijp-S? Ook wil ik weten of het college al dan niet in overleg met provincie en regering een beleid voor ogen heeft om dergelijke projecten te stimuleren (althans vertraging te voorkomen) dmv bijvoorbeeld het verstrekken van aanvullende garantstellingen en of dat die risico’s te dragen zijn (al dan niet via de te verwachten opbrengsten van grondpolitiek). Amsterdam deed inmiddels hetzelfde. Zie het artikel “Amsterdam vreest bouwstop“. Bij de begrotingsbehandeling in de gemeenteraadsvergadering die vanmiddag om 16.00 uur begint zal mijn fractie hierover aan het college vragen stellen.

