De Zweedse autofabrikant Saab is een dochterbedrijf van het Nederlandse bedrijf Swedish Automobile. De Nederlander Victor Müller zwaait als CEO over beide bedrijven de scepter. Bij Saab werken momenteel 3700 mensen. Het bedrijf verkeert al langere tijd in betalingsproblemen en zoekt nieuwe investeerders.
De salarissen over augustus kunnen niet meer betaald worden. De salarisbetalingen over de voorgaande maanden verliepen met horten en stoten. Namens de werknemers bereiden de vakbonden een faillissementsaanvraag voor. Langzamerhand sterft de hoop dat het bedrijf, het merken de vele banen behouden blijven.
In het Nederlandse recht zijn werknemers in zulke nijpende situaties ook genoodzaakt een faillissement van hun werkgever aan te vragen. Op die manier kunnen zij nog aanspraak maken op de zogenoemde loongarantieregeling van de WW. Deze houdt samenvattend in dat werknemers in zo’n geval aanspraak houden op betaling van hun volledige salaris over 13 weken voorafgaand aan het faillissement. Snel handelen is dan dus geboden. Hard is het ook.
Als bestuurder of eigenaar van een bedrijf kun je bij zulke ernstige financiële problemen natuurlijk veel beter het lot in eigen hand nemen. Zelf het faillissement of surseance van betaling aanvragen en meteen een doorstart in afgeslankte maken geeft vaak de beste overlevingskansen. Dat is de meest snelle en effectieve vorm van schuldsanering en reorganisatie die er bestaat. DAF is in Nederland het sprekende voorbeeld hoe je als noodlijdend bedrijf juridisch uit je eigen as kunt herrijzen. Het zal me niet verbazen als het hier ook bij Saab op zal uitdraaien.
Viva! Zorggroep haalt via een aanbesteding een grote opdracht binnen. Hierop wordt echter zo weinig geld verdiend dat er moet worden bezuinigd. De directie besluit dat op de loonkosten het meeste geld is te besparen. Daarom vraagt ze aan haar thuiszorgmedewerkers om 25 procent van hun salaris in te leveren.
De thuiszorgmedewerkers weigeren. Vervolgens vraagt de directie voor 294 van hen ontslagvergunning aan bij UWV. Deze ontslagvergunningen worden tot verbijstering van de thuiszorgmedewerkers en hun vakbonden afgegeven. Enkele politieke partijen stellen hierover vragen aan de Minister van Sociale Zaken.
De verbijstering van de vakbonden en sommige politieke partijen is gespeeld. Zij weten uiteraard dat werknemers in theorie naar het Nederlands arbeidsrecht nog steeds preventief zijn beschermd tegen ontslag. Dit betekent dat de werkgever in de meeste gevallen vooraf toestemming van UWV Werkbedrijf of de Kantonrechter moet krijgen om iemand te ontslaan. Maar ze horen ook te weten dat Kantonrechter en UWV tegenwoordig een aangevraagd ontslag nog maar zelden willen en kunnen weigeren. Dat komt doordat de wetgever in de afgelopen 15 jaar in toenemende mate de ontslagregels heeft versoepeld.
Het is de vraag of dit een goede ontwikkeling is. Werknemers worden er steeds vaker mee geconfronteerd dat in hun bedrijf uitsluitend de eigenaren en aandeelhouders het voor het zeggen hebben. Werkgevers lijken vrij spel te hebben. Maar schijn bedriegt. Door de vergrijzing wordt de arbeidsmarkt steeds krapper. Alleen werkgevers die een aantrekkelijk werkklimaat bieden, zullen in zo’n arbeidsmarkt kunnen overleven.
Wat zijn de trends in het personeelsmanagement? Hoe zullen bedrijven en werknemers zich in deze veranderende tijden arbeidsrechtelijk tot elkaar gaan verhouden? Deze vragen stonden centraal tijdens het internationale congres, dat ik bijwoonde, met de welluidende titel: “The changing world of work: Responding to the challenges of the 21st century from a global and en EU perspective.” Dit congres werd gehouden op 14 en 15 april 2011 in Brussel door de International Bar Association. Naar voren kwam dat veel bedrijven worstelen met actuele thema’s zoals de invloed van moderne technologie op de verhoudingen op de werkvloer (denk aan het gebruik van sociale media) en lastige vragen over beloningsstructuren, het vormgeven van opleidingen, loopbaanplanning, werving en selectie, gelijke beloningen van mannen en vrouwen, internationale regelgevingen, medezeggenschap en toenemende beroepsziektes zoals stress en burn out. Kortom: Hoe kun je als bedrijf aan Het Nieuwe Werken juridisch vorm geven?
Worstelingen
Waar alle deelnemende arbeidsrecht advocaten en HRM-managers het over eens zijn, is dat bij het oplossen van hedendaagse kwesties op de werkvloer de productiviteit, effectiviteit en tevredenheid van personeel leidend moeten zijn. Er is toenemende bewustzijn dat huidige beloningsstructuren vaak niet voldoen, zoals bonusafspraken, en dat interne begeleiding en opleidingen vaak fors te kort schieten. Het streven naar gelijke beloning tussen mannen en vrouwen en het doorbreken van het beruchte glazen plafond boeken onvoldoende vooruitgang, evenmin als het kunnen bieden van een gezond evenwicht tussen werk en privéleven. Niet voor niets worstelen veel bedrijven met het aannemen en vast houden van goed personeel. Ook is het de vraag of er voldoende rechtsbescherming is om de toename van moderne beroepsziektes zoals overspannenheid voor te blijven. Voor bedrijven ligt een forse uitdaging om intern tot bevredigend personeelsbeleid over al deze kwesties te komen.
Nieuwe economische orde
Het Global Employment Institute (GEI) van de International Bar Association heeft een onderzoek gedaan naar de belangrijkste juridische knelpunten die zich naar verwachting in het komende decennium in het personeelsmanagement zullen voordoen. Aanleiding voor dit onderzoek zijn de sterke maatschappelijke veranderingen, zoals de naschokken van de economische crisis, de toenemende globalisering, de voortsnellende IT-innovaties, de nieuwe economische orde en opkomende economische grootmachten als Brazilië, China en India.
Het GEI heeft HR managers in 22 landen gevraagd naar de in hun ogen belangrijkste knelpunten voor de komende 10 jaren. Met kop en schouders zijn in hun ogen de meest relevante knelpunten gelegen in grensoverschrijdende ondernemingsactiviteiten, zoals reorganisaties, outsourcing, insourcing, fusies en overnames. Dit hangt samen met de verwachte intensivering van grensoverschrijdende handel en de wijze waarop vooral multinationals hierop zullen inspelen.
In volgorde van relevantie benoemen de HR managers verder ondermeer:
- het zorgdragen voor een evenwichtig balans tussen werk en privé teneinde talenten te kunnen aantrekken en behouden;
- de confrontatie van hrm-strategieën met toenemende internationaalrechtelijke arbeidsrechtelijke regelgevingen;
- het tegengaan van discriminatie (zoals wegens geslacht, leeftijd en religie) en de invloed daarvan op de vestiging van (wereldwijde) ondernemingsculturen;
- de opkomst van een nieuwe netwerkende generatie werknemers en de beperkingen van doorlopende communicatie op de werkplek (zoals het gebruik van internet en sociale netwerken).
- de noodzaak van een visie op nieuwe manieren om werknemersparticipatie en collectieve onderhandelingen vorm te geven.
(Dit artikel is een verkorte versie. De uitgebreide versie is gepubliceerd in het tijdschrift Loonzaken van uitgeverij SDU en is ook hier te vinden.)
De Tweede Kamer wil dat minister Kamp van Sociale Zaken in zijn onderzoek naar mogelijk misbruik van de overeenkomst van opdracht (ovo) ook andere branches dan de postsector meeneemt. Uit veel rechtszaken blijkt echter dat ook bij een ovo sprake kan zijn van een arbeidsrechtelijke positie.
Volgens de oppositiepartijen SP, GroenLinks en PvdA holt de overeenkomst het sociale stelsel uit wanneer deze wordt toegepast om werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt goedkoper te binden. In de ovo, oorspronkelijk bedoeld om bijvoorbeeld de relatie tussen een cliënt en een advocaat te regelen, krijgt de uitvoerder telkens een eenmalige opdracht – bijvoorbeeld voor het voeren van een rechtszaak – en mag de uitvoerder vanuit die positie voor meerdere opdrachtgevers werken.
Minister Kamp gaf medio januari in de Tweede Kamer aan te gaan onderzoeken of de nieuwe bedrijven in de postsector de regels voor de inzet van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) overtreden door ze via een ovo te betalen.
Ontslagbescherming
Volgens arbeidsrechtadvocaat Marco Swart, verbonden aan het Eindhovense kantoor Swart & De Schepper Advocaten, is de ovo ‘een heel algemene bepaling in de wet. Het komt er op neer dat je iemand een opdracht geeft en hij die vervolgens uit voert.’ De ovo werd oorspronkelijk gebruikt door hoger opgeleiden, die de vrijheid van het freelancerschap verkozen boven een traditionele arbeidsovereenkomst, aldus Swart. ‘Uit de rechtspraak blijkt inmiddels dat ook bij een ovo soms sprake kan zijn van arbeidsrechtelijke ontslagbescherming, met name bij misbruiksituaties’.
Door de onstuimige groei van het aantal zzp’ers is de ovo met een opmars bezig, zegt de Groningse hoogleraar Arbeidsrecht Wijnand Zondag. Volgens een in het najaar door de Sociaal-Economische Raad (SER) gestelde definitie telde Nederland op dat moment 675.000 zelfstandigen. Zij worden veelal met een ovo ingehuurd om als freelancer een klus te klaren voor een opdrachtgever. Het voordeel voor de opdrachtgever is dat deze geen sociale premies en pensioenpremies hoeft af te dragen – dat is allemaal eigen verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer – en dus veelal goedkoper uit is dan bij een traditionele arbeidsovereenkomst.
Schijnzelfstandigheid
De SP verdenkt de bedrijven ervan de ovo moedwillig te misbruiken om eigen postbezorgers onder het wettelijk minimumloon te betalen – loonbepalingen uit een cao gelden immers niet – en dat dat wellicht ook in andere sectoren het geval is, onder meer in de thuiszorg en in de bouw, en wil dus het onderzoek verbreed zien. Maar de betrokken vakbonden zijn een stuk voorzichtiger; in een enkel geval komt het wel eens voor dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, maar om hoeveel gevallen het gaat, durven vertegenwoordigers van CNV Publieke Zaak – betrokken bij de cao-onderhandelingen in de thuiszorg – en FNV ZBo, voor zelfstandigen in de bouwsector, niet te zeggen.
Dat een dergelijke overeenkomst het etiket ‘ovo’ meekrijgt, hoeft volgens zowel Zondag als Swart niet te betekenen dat het daadwerkelijk een ovo is. Mocht een twijfelgeval voor de rechter komen, dan zal deze zijn oordeel bepalen na een ‘optelsom van plussen en minnen,’ zegt Zondag. ‘Dat is een verzameling van relevante omstandigheden. Is er sprake van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en -nemer, moet de freelancer verplicht allerlei vergaderingen bijwonen, vindt er betaling plaats op basis van facturatie, gelden er werknemersachtige arbeidsvoorwaarden zoals vakantiedagen en loon bij ziekte, en heeft de opdrachtnemer een VAR-verklaring aangevraagd en verkregen?’ Een dergelijke verklaring geldt als bewijs van het feit dat de opdrachtnemer door de Belastingdienst erkend wordt als freelancer.
Swart: ‘Ik betwijfel of de postbedrijven in hun recht staan en ik vraag me af waarom de bonden geen proefproces voeren. Er is terecht gesignaleerd dat de rechtsbescherming van flexwerkers verbetering behoeft, maar het recht biedt er dus al een oplossing voor.’
Auteur: Rutger van den Dikkenberg
Verschenen in SC (de voormalige staatscourant) op 4 februari 2011
Volgers van het wel en wee van de vaderlandse onderwereld schakelen trouw over naar hun vertrouwde avondje Peter R. de Vries op de buis. Praktisch dwars door de begintune heen horen bewoners van de Eindhovense Boutenslaan ineens luid geratel. Geen reconstructie. Het onheil komt van buiten dit keer. ‘Vuurwerk’, herinneren opgeschrikte omwonenden zich achteraf. Maar dan wel van een zwaar kaliber. “Ze zijn er weer vroeg bij dit jaar”, memoreert een oorgetuige. Bewoner Mulders ziet kort na het eerste salvo een man voor zijn huis langs rennen. Direct daarop volgt weer een schotenreeks. “Het kon niet anders dan van een machinegeweer zijn”, zegt Mulders. “Ik ben voor de zekerheid tussen twee muurtjes gaan staan. Daar hoorde ik nog een salvo, waarop ik dezelfde man weer zag teruglopen.”
Een soortgelijk verslag doet de heer Engbers, die vanuit zijn bovenwoning aan de overkant goed zicht heeft op de situatie. “Zeer opvallend was het rustige tempo waarmee de schutter terugliep naar zijn auto. Alsof ‘m niets kon gebeuren. Zo clean. Zo beheerst.”
De uitbater van het tegenoverliggende eetcafe Gusto-040 heeft op het moment van de vuursalvo’s nog enkele klanten in zijn zaak. “De salvo’s waren oorverdovend”, zegt hij. “Vanuit de zaak zag ik twee mannen, beiden met bivakmutsen. Een van hen schoot in gebukte houding op de hoekwoning. Ik vermoed met een machinegeweer. Een fietser die net langsreed, kneep in zijn remmen en reed snel de andere kant op. Daarna waren ze weg. Ieder een eigen richting in.” Minuten erna klinkt het alarmsignaal van een auto, die voor de deur staat en door de kogels geraakt is. De eerste signalen verschijnen op Twitter: ‘Er is op een woning geschoten met een mitrailleur. Lijkt op criminele afrekening’, tweet een ooggetuige, die net poolshoogte is gaan nemen.
De politie zet het gebied rond de woning af en komt met een eerste verklaring: beschoten woning. Twee naastgelegen huizen geraakt. Geen slachtoffers of gewonden. In de woning een zee van licht en een tv die nog altijd aanstaat. Aan tafel zit een agent. Zijn collega’s speuren met hun lantaarns tussen het herfstblad en optrekkende kruitdampen naar hulzen, voetstappen en andere sporen. Op ieder spoor wordt een oranje pionnetje geplaatst. Zeker twintig staan er. Vijftig meter verderop hetzelfde beeld: ook hier zeker tien pionnen.
In politietaal klinkt het: ‘We hebben een ruime p.d.’ (plaats delict, red.) Buiten komen buren voorzichtig hun huis uit. “Wat is dit voor een stad aan ‘t worden?”, roept iemand vertwijfeld uit.
Marco Swart, oud-gemeenteraadslid voor de PvdA, is ook getuige geweest: “Met al die incidenten in de stad wordt het hoog tijd dat de burgemeester ons eens uitlegt of hij nog wel zicht heeft op de georganiseerde criminaliteit. We horen daar weinig over. Het lijkt hier Chicago aan de Dommel wel.”
Verschenen in Eindhovens Dagblad van 30 november 2010. Auteur: San van Suchtelen
Naar aanleiding van dit schietincident heeft NOS Journaal ons geinterviewd. Dit interview kunt u hier vinden.
Tijdens diverse televisie- en radio interviews stelde ik aan Burgemeester Rob van Gijzel vragen over de toenemende drugscriminaliteit. Deze vragen zijn ondermeer uitgezonden in het programma van Pauw en Witteman op 6 december 2010. In deze uitzending gaat de burgemeester op die vragen in.



